IK DROOMDE, IK WAS DE WIND
Woest waai ik over aarde,
Huiverend op weg naar
waar, ik weet het niet.
Op zoek, maar nergens wacht mij welkom,
Deuren en ramen gesloten voor mij, wind.
Ik wakker aan, en wentel, zoek de einder
Neem in mijn kielzog mee wat ongebonden is,
Van de aarde zich verheft tot ik 't laat vallen
In water, wild, de koppen schuimend wit.
's Avonds nog wakker wervelend langs de sterren,
licht van weleer, gedoofd, al eeuwen soms.
's Nachts even uitgewoed, dan wacht ik.
Wacht ik tot ik weer wondere dromen droom.
Ik droomde, ik was de wind.
Thea Postma
|