Ruim voor aanvang van de zeswekelijkse vergadering scheurt kip Ko richting de vergaderzaal. Vandaag wordt zijn voorstel voor de installatie van de verentoog behandeld. Dit zal best nog discussie opleveren en ze hebben maar een uur ingepland. In de zaal vindt hij één grote leegte en het is nog maar vijf minuten voor tijd. Teleurgesteld ploft hij neer op een stoel, neemt een bakkie eikelkoffie en wacht. Het is altijd hetzelfde liedje, niemand vindt het nodig op tijd te verschijnen. Om vijf over arriveert reiger Joost. Met een achteloos gebaar gooit hij zijn spullen op tafel en struint op hoge poten nonchalant de zaal weer uit. Hij gaat een kikkererwtensapje halen. Koffie is niet goed genoeg voor Joost. Waar blijft de rest, denkt Ko geïrriteerd.
Eend Evert en de ganzen Jasper en Guus dienen zich luidruchtig snaterend over hun weekend aan. Zij hebben zich heerlijk verschanst in de Nieuwwijkse Plassen en het zalige jonge kroost.
Uiteindelijk sleept voorzitter slak Mo zich een kwartier over tijd over de drempel, een dikke stapel papier onder zijn slakkenhuis. Rustig en volkomen argeloos in het rond kijkend bladert hij door zijn papieren. Deelt de agenda en stukken uit, die niemand eerder gezien heeft. Er staan alle kippenstront nogantoe compleet nieuwe dingen op de agenda, leest Ko. De bewaartermijn van de kwarteleitjes voor de kantine, gevolgd door de uitstalling van de kruisbuizen voor het midzomer binnenplaatsfeest. Als laatste punt staat zijn verentoog. Ziet dan niemand dat ze moeten opschieten? Hij tokt opstandig: “We hebben maar één uur en er zijn al twintig minuten voorbij. Zo kunnen we nooit alle punten behandelen. En dan al die nieuwe stukken, daar kunnen we vandaag nooit een besluit over nemen. Ik zou graag ook mijn agendapunt afgehandeld zien.”
Niet onder de indruk start Mo gewoontegetrouw met het verslag van de vorige vergadering. Tergend traag komt daarna de actielijst aan de orde. Het is vijf over half. Nog maar vijfentwintig minuten, denkt Ko. Hij krijgt de neiging om Mo in zijn stomme voelsprieten te gaan pikken en wat peper in zijn kont te duwen, de slijmbal. Bij iedere actie van domme gans Jasper snatervraagt hij de groep wat het punt ook alweer inhield. Laconiek en uitgebreid wordt het punt van zes weken geleden opnieuw doorgesproken, dezelfde argumenten, dezelfde ideeën. Ko tokt luid binnenskeels. Jasper heeft zich zoals gewoonlijk niet voorbereid. Reiger Joost krast uit de hoogte dat hij er niet aan toegekomen is. “Te druk, je weet wel hoe dat gaat.” Mo schuift het actiepunt achteloos door naar de volgende vergadering. Ben ik de enige die dit waardeloze gescharrel belachelijk vindt, denkt Ko.
Om vijf voor stelt Mo eindelijk de kwarteleitjes aan de orde. Ko kan het niet laten en tokt nu luidkeels dat hij zijn agendapunt behandeld wil zien. “Waarom zo’n haast?” vraagt Mo triomfantelijk rondkijkend in de groep. Mo negeert sloom Ko’s bezwaren en gaat verder met de kwarteleitjes. Om vijf uur staan Guus en Jasper op. Ze moeten naar hun nest.
“Nou”, slijmt Mo, “dan gaan we over zes weken verder.”
Sandra de Wit