Jaren geleden trakteerden de ouders van mijn Amerikaanse nicht haar -en een klein gezelschap waaronder ikzelf- op een chique diner. Mijn nicht had een restaurant uitgekozen vlak bij haar universiteit en dus een dik uur rijden bij haar ouders vandaan. Op vrijdagavond in de weekendfile doe je er echter drie keer zo lang over. Haar broertje was na een half uur stilstaan behoorlijk geïrriteerd en zag er waarschijnlijk ook tegenop om straks met mes en vork te moeten eten. Als hij ooit af zou studeren, beloofde hij ons, zou hij kiezen voor een diner bij McDonalds. Nadat we uitgelachen waren, zei z'n moeder: 'Geen enkele universiteit zal je laten afstuderen, zolang je een afstudeerdiner bij McDonalds wilt houden.'
Inderdaad, smaak moet ontwikkeld worden en alleen de ontwikkelden bezitten smaak. Geen kind lust spruitjes, geen kind snapt Picasso. Je moet het leren waarderen. Inmiddels geloven we ook niet meer dat er over smaak niet te twisten valt. Hoe moet je het anders ontwikkelen? Met een mededeling als: 'Ik lust geen spruitjes' nemen we geen genoegen meer. 'Heb je het wel geproefd? Is de structuur niet prettig? Merk je dat bittertje op? En als je het eens met kerrie combineert?' Je moet echt van goeden huize komen om niet van spruitjes te houden.
Op de universiteit leer je misschien niet je afkeer van spruitjes onder woorden brengen; toch moet je er bij veel vakken kwaliteit leren herkennen. Dit is wat anders dan populariteit. Bij Nederlands leer je dat veelverkochte detectives en boeken die goed aflopen, niet bij de literatuur horen. Slechts een fractie van wat uitgegeven wordt, mag dat label dragen. Bij wijsbegeerte krijg je niet de lessen van de enorm populaire Dalai Lama of een Foudraine die bij iedereen in de boekenkast staat, maar moet je je door Schopenhauer, Aristoteles en Nietsche worstelen. Daar staat ongeveer hetzelfde maar dan intelligenter, want moeilijker. Bij kunstgeschiedenis leer je niets over het prachtige zigeunerjongetje met tranen op zijn wang, dat in ontelbare huiskamers en stacaravans aan de muur hangt. Wel leer je er alles over de onbegrepen meesters die in musea hangen waar jaarlijks hooguit een handvol museumjaarkaarthouders doorheen loopt op zoek naar de museumwinkel.
Democratisch is kwaliteit dus allerminst. Niet de meeste stemmen gelden, maar de beste argumenten. Als je niet van spruitjes houdt, dan moet je dat dus met argumenten onderbouwen. Zoals: 'Spruitjes zijn geborneerd. Het zijn typische jaren '50 groenten; ze verspreidden in die tijd een "spruitjeslucht" en daardoor was iedereen heel burgerlijk. Het eten van spruitjes is dus een politiek statement dat de individuele vrijheid onderdrukt. Een wijs mens kan geen spruit door zijn keel krijgen.' Wedden dat je meteen tapas of sushi voorgezet krijgt?
Mijn tante, zelf in de jaren zestig opgeleid, was vast nog niet bekend met de postmodernisten. Die kunnen vast een soortgelijke redenatie bedenken om de McDonalds op te waarderen. Ik was zelf niet in de buurt, maar het zou me niets verbazen als mijn neefje, op en top een Amerikaan die alles lust als er maar ketchup op zit, inderdaad zijn afstudeerdiner bij McDonalds heeft gehouden.
Janneke Schoo