EN WE NOEMEN HAAR...
Aanstaande ouders zijn niet te benijden. De familiewieg of het ledikant van Ikea, oranje of groene Bugaboo Cameleon mét zwenkwielen, kraamhotel of poliklinische bevalling? Dilemma's te over. Om nog maar te zwijgen over prenatale onderzoeken en pret-echo's waarop de toekomstige wereldburger met een beetje mazzel zijn of haar geslacht onthult. Voor hen die het willen weten een halve zorg minder. Maar toch. Het kind in spé moet heten en dat is hard werken.

Gewone Hollandse namen zijn weliswaar populair, maar weinig origineel. Roept vader: 'Sophie, eten!' dan schuift nagenoeg de hele straat aan. Nee, wie onderwerp van gesprek wil zijn volgt de gekke-namentrend. Dat Mus na Mees en Merel een strootje meepikt, was te verwachten, maar Spijker en Wolf? Terwijl het kraambezoek beschuit met muisjes kraakt, grijnst Wolfje haar nog tandenloze bekje bloot. Zaten de ouders van Spijker middenin een verbouwing tijdens zijn geboorte? Het blijft gissen naar zoveel fantasie. En waar is Gras? In de achtertuin, zult u denken, nogal wiedes. Mis. Gras speelt zoet met zijn vriendjes in de zandbak. Storm raast door het huis, maar ja, daar hebben zijn ouders dan ook zelf om gevraagd. Wie zijn zoon verblijdt met 'Oren' heeft zich voor definitieve aangifte hopelijk verzekerd van niet afstaande oorschelpjes. Arme zesjarige Pelueijne: even haar naam schrijven is er niet bij. Nee, dan is Pop heel wat beter af. Wedden dat zijn zusje Vlinder heet?

Kinderen zijn tegenwoordig zeer gewenst en dat is natuurlijk prachtig. Als ouders hun kind tenminste niet tot project verheffen. Het geluk van de nakomeling moet worden nagestreefd en daartoe gaan alle registers open. Ook degene die beter gesloten hadden kunnen blijven. Want zeg nou zelf, Tijgerlelie zal niet blij zijn met het voorstelrondje in de brugklas. Nu maar duimen dat Tijger naast haar zit.

Suzanne Meijer
Terug