EEN MOOIE DAG
Elf uur alweer! Het geluid van de vuilniswagen had Dirk doen wakker schrikken. Langzaam gooide hij zijn benen uit bed en bleef even zitten. De diepe slaap kleefde als wattenbollen in zijn hersenen en zijn ledematen voelden zwaar aan. Ach, wat dan nog, dacht hij. Niemand zit op mij te wachten.
"Leesportefeuille", zei de man en stak hem een map toe. Verdomme, dacht Dirk, ik heb ze nog niet geteld. Snel liep hij naar de kamer, pakte de oude map en kwam tot tien. Waar was nummer elf, op tafel, onder tafel, in de slaapkamer? Ja, daar onder zijn bed. Snel verzamelde hij de bladen, legde ze op grootte en liep ermee naar de deur. Met een zucht van verlichting gaf hij de oude map mee en plofte even later op de bank. Zapte wat langs de tv-kanalen en bleef steken bij een reconstructie van een vliegtuigramp. "Hoi." "Hoi, heb je voor vijftig euro?" "Yep." Hij overhandigde het zakje en sloot de deur. Iets in hem knaagde, maar hij moest toch ook eten. De piloten zaten inmiddels in een hevig schuddende cabine en probeerden contact met de grond te krijgen. Toen Dirk weer opkeek, zag hij twee dames gezellig keuvelend over boeken. Zijn blik schoot naar de klok. Vier uur! Al vier uur? Nu moest hij snel naar de keuken anders was hij te laat. Stom, stom, stom, om in slaap te vallen. Kon hij nog even naar de kamer om door het raam te kijken? Nee, dan zou het mis gaan. Gewoon in de keuken blijven en net doen of je ergens druk mee was. Met wat, met wat dan?! dacht hij in paniek. De afwas. De kraan was precies tegen het raam aan en als hij daar bleef staan, kon hij over de galerij van de flat kijken. Klik, klak, klik, klak, haar voetstappen kwamen dichterbij. Zo neutraal mogelijk kijken. Klik, klak, klik, klak. Nu. Met bonkend hart en zweet op zijn rug stond Dirk even later met zijn rug tegen de keukenmuur geleund. Een brede glimlach om zijn mond. Het was een mooie dag. Ze keek. |
Terug
|