MOEDERLIEFDE
Mama is de enige moeder die ik heb. Ze doet haar best lief te zijn, maar ze kan niet zonder. Zie je hoe mager ze is? Ingevallen wangen en rotte tanden, heeft ze. Toch is ze mijn mama. Ze kon niet kiezen, koos ons allebei. Voor mij wil ze nu afkicken. Methadon is haar vriend. Zevenendertig weken heb ik, Amy, in haar buik gewoond. Ik schommelde heen en weer in het warme water. Een zacht getik maakte me slaperig. Tot de methadon niet op tijd kwam. Dan schopte ik tegen mama's buik. Vanzelf, ik kon er niet mee stoppen.

Nu lig ik al tien dagen in het ziekenhuis waar ik ben geboren. Mama is hier ook, maar op een andere afdeling. Mijn glazen bedje past mij niet. Liever heb ik armen om mij heen dan de doek waarin ze me gewikkeld hebben. Ik huil en huil. Gewone baby's huilen anders, zeggen de verpleegkundigen. Niet als biggetjes. Mijn armen en benen weten niet wat stil liggen is. Drinken en slapen gaat niet. Ik ben hongerig en moe. Was mama maar altijd bij mij, dan kon ze me oppakken. Trok ik mijn knietjes op en lag ik dicht tegen haar aan. Hoorde ik het kloppen weer. Mij zachtjes wiegen is moeilijk voor drukke armen. Of ik boos ben op haar? Ze is mijn mama, heeft het niet expres gedaan. Haar ogen kijken met tranen die je niet ziet. Ze moest wel, zonder methadon: beter straatdrugs dan niets. Zouden we samen nog zieker zijn geworden. Dat wilde mama niet voor mij.

Het licht is hier fel, de stemmen hard. Ze aaien over mijn wang en ik huil nog harder. Heb ze niet aan horen komen, de verpleegkundigen. Mama komt, pakt me op en legt me neer. Pakt me op en legt me neer. Rusteloze lijven kunnen niet troosten en ik krijs. Ze weet hoe ik me voel, heeft het zelf meegemaakt. Ze geven me een spuitje in mijn mond. Vies, maar het moet. Morfine maakt me stil. Als ik groot genoeg ben, mogen we naar huis. Naar papa, die ook methadon krijgt en mijn babybroertje. Dan zijn papa en mama blij. Zeker weten. Komt u af en toe eens bij ons kijken? Zieke hoofden vinden zorgen zwaar.

Suzanne Meijer
Terug