Dubbel-bundel Margriet Schellart-van Lieshout
Margriet Schellart-van Lieshout heeft haar verhalen gepubliceerd in Mara en andere verhalen. Maar... wie het boekwerkje omkeert en dan 180 graden rondraait, heeft ineens een bundel Gedichten voor zich.
De bundel bevat elf heel diverse verhalen en 23 gedichten.
Een van de verhalen werd eerder gepubliceerd in dagblad Trouw en een ander op de website van diezelfde krant.
Margriet heeft het boekje in eigen beheer uitgebracht. De illustraties op het omslag zijn van haar eigen hand.
Hieronder een van de verhalen:
ALS JE IEMAND RUIKT BEN JE HEEL DICHTBIJ
Het was de geur die om zijn vader hing op die ochtend, die hem erop attent maakte hoe het eigenlijk met hem ging. Hij nam dit waar, omdat hij eens een nachtje bij zijn vader was blijven slapen. Zijn eerste neiging was terug te deinzen voor die volle, muffe lucht, een mengeling van oude lichaams-geuren, urine en sigarettenrook.
Zijn vader maakte van de gelegenheid gebruik en vroeg: ‘Wil je soms mijn rug eens wassen, want ik kan er niet zo goed meer bij.’
Hij hielp zijn vader met uitkleden.
Een beetje onwennig stonden ze samen te rommelen in die krappe badkamer. Hij had nog niet begrepen dat oud worden zo snel kon gaan. Of… had hij niet zo goed opgelet de laatste tijd, in beslag genomen door zijn eigen bezigheden? Of was zijn vader een held geweest in het verdoezelen om de eer aan zichzelf te houden en zijn kinderen niet lastig te vallen? Hij leek zijn mannetje wel te staan, maar nu, dichtbij, begreep hij dat het anders was.
Pa’s broek moest nodig naar de stomerij, zijn ondergoed verschoond, een wasbeurt bleek geen overbodige luxe. Een vleug van schaamte trok door hem heen.
Zijn vader die alles beter wist, had geen krimp gegeven toen zijn moeder overleed. ‘Ik red me wel,’ had hij gezegd. En zo leek het ook. Hij had zijn leven en zijn vader het zijne. Ze hadden elkaar nooit zo gelegen.
En nu stonden ze daar in die douchecel, die te klein was om een ander te wassen. Zijn kleren zouden ook nat worden.
Hij keek naar zijn vaders magere, oude lijf en zei: ‘Wacht even pa, ik doe ook even mijn kleren uit, dan zijn we straks allebei schoon.’
Hij legde zijn kleren buiten de douchecel naast die van zijn vader op de grond, nam een washandje, maakte het nat met warm water en pakte een brokje zeep dat er zo te zien lang ongebruikt had gelegen. Het lukte om nog wat lekker schuimend sop in het washandje te krijgen.
Voorzichtig begon hij zijn vader in te zepen.
‘Hè, lekker jongen,’ zei die.
Een warm gevoel doorstroomde hem.
Eerder verschenen in Trouw.
|
|