DE GROND VAN MIJN BESTAAN

Door de korst van dit getroffen leven
zonder mantel zelfs daarheen te gaan,
als magma door het eigen vuur gedrongen tot aan
het zoeken naar de vér verholen kamers met haar naam
die naar mijn ongebarsten oorsprong zich begeven

Leidt de geur van ieders mensenwaan
de kleur van bloedverwante stromen,
naar ongekende cellen en hun dromen
tot in de eeuwenloze stilte van de chromosomen ziel
de onbevruchte kern van mijn ontstaan

Maar zou die zwaar geweten hitte mij niet deren
en door de stroom m'n ziel mijn hart verslaan
nimmer zou ik leven dan, ik zou erdoor vergaan

De openheid van vragen te ontberen en te leren
van de schoonheid van het zondoorweekte groen en daar,
daar waar ik mijn voeten zet, de grond van mijn bestaan

Judith Harms
Terug