DE GROND VAN MIJN BESTAAN
zonder mantel zelfs daarheen te gaan, als magma door het eigen vuur gedrongen tot aan het zoeken naar de vér verholen kamers met haar naam die naar mijn ongebarsten oorsprong zich begeven de kleur van bloedverwante stromen, naar ongekende cellen en hun dromen tot in de eeuwenloze stilte van de chromosomen ziel de onbevruchte kern van mijn ontstaan en door de stroom m'n ziel mijn hart verslaan nimmer zou ik leven dan, ik zou erdoor vergaan van de schoonheid van het zondoorweekte groen en daar, daar waar ik mijn voeten zet, de grond van mijn bestaan |
Terug
|