DE GELE BALLON
Ik droomde dat ik zweven kon,
Maar hield mij vast aan een ballon.
De mensen staarden naar omhoog,
Verbaasd hoe ik mij voortbewoog.

Ik droomde dat ik zweven kon,
Maar ik zat vast aan die ballon.
Ver onder mij zag 'k mooie bomen.
Zou ik daar ooit weer komen?

Ik droomde dat ik zweven kon,
Maar 't dunne touw van de ballon
Ging rafelen en leek te breken.
Vanaf de grond werd ik bekeken.

Ik droomde dat ik zweven kon.
Plots kreeg ik angst om de ballon.
Kon ik hem zomaar laten gaan,
De ijle lucht in, kort bestaan?

De korte droom was snel voorbij.
Langzaam werd duidelijk wat hij zei:
"Jouw angst belemmert zijn bestaan;
Je moet hem eindelijk laten gaan."

Koos de Bock
Terug